'..Gegoten in een persoonlijke vormentaal worden jeugdherinneringen en persoonlijke verlangens vastgelegd. Ze roepen een melancholische wereld op van gebeurtenissen die definitief voorbij zijn. De soms lange titels staan op gespannen voet met de kunstwerken. Ze benaderen de schilderijen inhoudelijk, maar toch lijkt het alsof de geschreven taal zich een eigen invalshoek wil toe eigenen. De drijfveren van de kunstenaar zijn experimenteerdwang en de ervaring dat hoe meer je vertrouwt op je intuïtie en het oplossingsvermogen dat in de schilderarbeid zelf zit, hoe meer je ontdekt. Verbaasd blijft hij over het gegeven, dat als je terug kijkt naar de geproduceerde werkstukken er een dwingende logica in blijkt te zitten, terwijl hij zelf dacht zoekend en impulsief bezig te zijn.' Jo Polak. '...tekens en symbolen die vraagtekens oproepen'. Hans Paalman (oud-directeur Museum Schiedam.) '..zeigt mittels Tempera- und acrylfarbmisschungen, dasz surrealistische Symbolik nicht unbedingt überladen wirken muss.' Die Glocke. 'Vrolijk en ongecompliceerd is de bijdrage van Rinus Groenendaal. Tekenachtige 'krabbels' figureren in een diffuse omgeving, waarin tal van verflagen zorgen voor een 'rijke' huid. Hij laat een wat dromerig universum op papier ontstaan..'. Mary winters in Brabants Dagblad. 'Er zijn verder onweerstaanbare kleine lino’s te koop.' Dolf Welling. 'Rinus Groenendaal schilderde ‘lach en blijf : de lach is een veilig pantser, want wie lacht is sociaal geaccepteerd!' Maarten slagboom in Utrechts Dagblad. 'Schimmen en gestalten in een verscheurde wereld.' John Sillevis (Hoofd conservator Museum Het Paleis, Den Haag).